Posts tonen met het label schrijven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schrijven. Alle posts tonen

vrijdag 4 juli 2014

Hondengedrag

Door: Lida


Mijn hond Noa weet meestal al van grote afstand andere honden in te schatten. Soms zwaaien beide staarten vanaf de eerste blik heftig alle kanten op. Dat betekent dan zoiets van: ….’Oh wat ben jij leuk!’. Andere honden kan ze straal voorbij lopen (I don’t hate you, I just ignore you…) en er zijn honden waarvoor ze juist liever een straatje extra om gaat (eng!!!). Bij twee honden die in onze buurt wonen, van die lekkere gespierde reuen die net een kop groter zijn dan Noa, gaat ze helemaal los. Euforisch springt ze op hen af en rent ze in het rond.

Maar heel af en toe blijft het wat onzeker. Dan is er eerst een diepgravend geuronderzoek nodig van bepaalde edele delen. De uitkomst daarvan is wisselend...Het grappige is dat de reactie van de andere hond, bijna altijd identiek is aan die van haar. Dit verschijnsel vind ik toch zo fascinerend.

Pic: Remco Stunnenberg
Tijdens mijn dagelijkse wandelingen denk ik dan wel eens: Was het bij mensen maar net zo makkelijk. Konden ook wij maar van een afstand en net zo onbevangen ‘die ander’ inschatten. Hoe handig zou het niet zijn om meteen te weten of de liefde van twee kanten komt. Of de sympathie. Of juist de antipathie. Of dat de klik er gewoon helemaal niet is.

Maar hoe zou dat dan bij mensen gaan? Ik zie het in gedachten al voor me. Stel, je hebt een zakelijke afspraak met iemand die je niet kent. Van een afstand zie je al meteen dat het goed zit. En dus begroet je elkaar vol enthousiasme. Of je vindt iemand juist helemaal niks. Nou, laat die afspraak dan ook maar zitten. Zo, dat scheelt een hoop tijd!
Natuurlijk doen zich ook dan situaties voor dat het niet meteen duidelijk is. Dan moeten mensen elkaar dus eerst gaan besnuffelen, hetzij vluchtig, hetzij wat uitvoeriger. Daarna lopen mensen misschien wel gewoon weg, zonder nog een woord met elkaar te wisselen. Of er volgt een gezellige rondedans, waarna ze gezellig arm in arm samen hun weg vervolgen.


Wat een gekke wereld zou dat worden. Toch?

vrijdag 27 juni 2014

Als wij winnen, verliezen zij (niet)

Door: Lida

Sport verbroedert. Dat zien we ook nu weer tijdens het WK voetbal. Naarmate het Nederlands elftal langer in de race blijft, kleurt Nederland steeds meer oranje. En zonder mijn ogen te sluiten voor alle negatieve zaken die helaas ook aan dit WK kleven, wil ik toch vooral kijken naar de positieve zaken die hieruit te halen zijn.

Het is een bont gezelschap, de spelers die Van Gaal uit koos om mee te gaan naar Brazilië. Verschillend van huidskleur, haardracht, lengte, breedte, kwaliteiten en bijna allemaal voorzien van allerhande tatoeages. Exotisch klinkende namen zoals Wijnaldum en Kongolo wisselen af met oer-Hollandse namen zoals De Jong en Sneijder. Het maakt voetbalminnend Nederland allemaal niets uit. Stuk voor stuk zien we het als ‘onze jongens’. Bij winst hebben ‘wij’ gewonnen en bij verlies speelden ‘zij’ gewoon niet zo goed. Ook niet onbelangrijk bij deze verbroedering is de gemeenschappelijke vijand die elke wedstrijd een rol speelt. Of dat nu de Duitsers, de Spanjaarden, de Brazilianen of de scheidsrechters zijn. We staan als één man achter ons team.



Het lijkt wel alsof huidskleur of afkomst bij voetbal geen enkele rol speelt, alsof mensen het niet eens zien. Jammer dat we dit wij-gevoel niet kunnen doortrekken naar onze samenleving. Maar ook daar ben ik wel positief over. Want er is een nieuwe generatie op komst. Een generatie die de onderlinge verschillen wel ziet, maar niet belangrijk vindt. Een voorbeeld. Mijn oudste zoon doorloopt het VMBO op een school in Rotterdam, wij wonen in een nabijgelegen dorp. Met een aantal klasgenoten willen ze dit schooljaar op een leuke manier afsluiten door met elkaar uit eten te gaan. Dus werd er afgelopen dagen druk met elkaar overlegd over de vraag wanneer en waar.

Ze waren er snel uit. Het etentje vond deze week plaats, omdat zaterdag de Ramadan begint. Ze gingen naar een restaurant waar de maaltijden halal bereid worden, gelegen op een plek die voor mijn zoon (die als enige niet in Rotterdam woont) makkelijk te bereiken was. Ook de sfeer van het restaurant speelde een rol bij hun keuze, want ook met het enige meisje in hun gezelschap werd rekening gehouden.

Toen mijn zoon mij van tevoren over hun plannen vertelde, bedacht ik dat dit is waar het om gaat: rekening houden met elkaar. Elkaar respecteren. Met elkaar tot een oplossing komen. Als dit is waar de nieuwe generatie voor staat, dan is wat mij betreft sprake van een win-win-situatie. En in dat geval zijn er dus geen verliezers meer.

donderdag 19 juni 2014

Wat is het beste?


Door: Lida

Al een aantal weken schiet Kees regelmatig door mijn gedachten. En dan vooral de vraag, wat zou nou toch het beste voor hem zijn? In de documentaire van regisseur Monique Nolte die begin juni werd uitgezonden, wordt die vraag in elk geval niet beantwoord. Wel schetst ze een zeer indringend beeld van het leven van de 45-jarige autist Kees.
Zelden ben ik zo onder de indruk geweest van een tv-programma. De mensen in mijn omgeving die de docu ook hebben gezien, zijn het daarmee roerend eens. In anderhalf uur komen tal van emoties voorbij. Verbazing, afschuw,  hilariteit, verdriet.

Thuis
Voor degenen die de docu niet zagen, een korte uitleg. De ouders van Kees hebben altijd voor hun zoon gezorgd. En dat deden ze met alle liefde en inzet. Vooral zijn moeder plaatste en plaatst haar leven in het teken van Kees. En dat gaat heel ver. Zij schermt hem af voor harde geluiden, vertelt elke dag het nieuws en de weersvoorspelling aan Kees op zo’n manier dat hij er niet overstuur van raakt, pluist elke week de tv-gids uit waarbij ze alle nare omschrijvingen en afbeeldingen uitknipt of afplakt.

Eigen leven
Kees leidt daarnaast vooral zijn eigen leven. Hij woont in een chalet naast het huis van zijn ouders. Hij is druk met zijn modelspoortrein, met het opstellen én maken van proefwerken Japans (die hij vervolgens zelf zeer nauwgezet nakijkt) en met het vervaardigen van zeer gedetailleerde maquettes en tekeningen van kamers en huizen. Van mooi en warm weer raakt hij overstuur, want “hij is niet geschikt om te leven in een mediterraan klimaat”. En van “in kousen gehulde vrouwenbenen” raakt hij afgeleid. Als de regisseur hem bij vertrek “Eet smakelijk” wenst, horen we hem achter de deur nog net mompelen: “Ik vind het zo afschuwelijk als mensen dat zeggen. Daar zit het woord smakken in. Bah…”.

Vraag
In de documentaire wordt snel duidelijk dat iedereen zich  dezelfde vraag stelt: Hoe moet het straks als zijn inmiddels bejaarde ouders er niet meer zijn? Zijn ouders bedenken wel oplossingen, maar vooral moeder is daar eigenlijk nog niet aan toe. Zijn beide broers zijn opgelucht als ze dit taboe eindelijk met hun ouders kunnen bespreken. Want hoe graag ze Kees ook willen helpen, de telepathische band die hij met zijn moeder heeft, kunnen ze nooit vervangen. En ook Kees maakt zich zorgen over de toekomst. In het ergste geval moet hij dan maar euthanasie plegen, vindt hij zelf. Al ziet hij dat eigenlijk ook weer niet zitten, want er zijn nog genoeg dingen waar hij “enorm veel plezier aan beleeft”.

Loslaten
Ik heb de documentaire onlangs voor een tweede keer bekeken. En besef dat het eigenlijk vooral om wel of niet loslaten gaat. Dat is natuurlijk ook het moeilijkste deel van het ouderschap… Loslaten. De moeder van Kees hoefde dat 45 jaar lang niet te doen. En dat vond ze eigenlijk wel fijn. Daardoor heeft ze voor hem een hemel op aarde gecreëerd, waardoor nu voor hem de hel dreigt. Een waardeoordeel heb ik er niet over. Ik zou namelijk niet weten wat ik in haar plaats zou hebben gedaan. Het lijkt me een afschuwelijk dilemma want in de situatie van Kees gaat het om loslaten in het kwadraat.

Uitzending gemist
Voor degenen die Kees nog niet kennen, de documentaire is te bekijken via: http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1422471

Wil je weten hoe het nu met Kees gaat? Kees dreigt een bekende Nederlander te worden. En heeft inmiddels ook een eigen Facebookpagina (https://www.facebook.com/hetbestevoorkees).
Hier geeft hij op geheel eigen wijze en in zijn eigen woorden zijn visie op de wereld, zoals bijvoorbeeld onderstaande reactie:
“Verder kreeg ik een schitterende ansichtkaart in de bus van ene mevrouw Loek Knippels uit een plaats ergens in Noord-Brabant. Een tuinbankje met rode en witte rozen. De kaart was mooier dan de inhoud van de brief zelf.”


vrijdag 13 juni 2014

De jeugd van tegenwoordig…

Door: Conny

De jeugd van tegenwoordig…. En dan volgt er doorgaans een negatieve kwalificatie. Soms terecht, maar zeker ook vaak niet. Het is maar net hoe je er zelf in staat. 

Het is niet van vandaag of gisteren, die uitdrukking. Ik kan me nog herinneren dat mijn moeder het wel eens verzuchtte (niet over mij natuurlijk…). Want is het niet zo dat vroeger alles beter was? Om er nog maar een dooddoener tegenaan te gooien. De tijd verandert, de mensen veranderen, dus verandert de jeugd ook. Is dat erg? Ik denk het niet. Het zou raar zijn als het niet zo was. Dat alles bij het oude blijft. Dat is niet goed. We moeten verder, ontwikkelen, leven, doorgaan…

De jeugd van nu is anders dan twintig, dertig jaar geleden. Toen zagen sommigen van ons er uit als wilde hippies en daar werd het straatbeeld toen in ieder geval kleurrijker door. Maar is dat nu anders? Je kunt van de jongeren van nu zeggen wat je wilt, kleurrijk zijn ze zeker. Dat komt vanzelfsprekend ook omdat ze uit allerlei windstreken komen. Of hun ouders, want vaak zijn ze gewoon hier in het land geboren en zijn ze zo Nederlands als maar kan. Nee, ik sluit echt mijn ogen niet voor de groep jongeren, en dat is gelukkig een minderheid, die het verkeerde pad opgaan. Want dergelijke types zijn ook onder autochtonen te vinden. Ik heb het nu over de ‘gewone’ knullen en meiden.



Zo kwam ik een paar dagen geleden in aanraking met twee jongens. Ik zat met mijn collega’s ergens buiten te lunchen (leve het mooie weer!) en we werden door hen aangesproken. ‘Mogen we u wat vragen? We zijn met een project van school bezig en organiseren in dat kader een buurtfeest. Komt u uit deze buurt?’ Voor geen van ons was dat het geval. ‘Jammer,’ was de reactie. Onze vraag was vanzelfsprekend waarom dat jammer was. Met enthousiasme werd over het project verteld. Het was een onderdeel van hun driejarige MBO-opleiding, ze zaten in het eerste jaar en vonden het tot nu toe hartstikke leuk. ‘Je komt met zoveel mensen in contact, ook hele belangrijke,’ was het ontwapenende antwoord. Ja, dan smelt je wel hoor. Zulke beleefde knapen gun je een prachtige toekomst met een geweldige baan waarin ze hun ziel en zaligheid kwijt kunnen. Zodat de jeugd van tegenwoordig de vernieuwers van de toekomst worden.

vrijdag 6 juni 2014

Facebook-moe?


Door: Lida

De laatste weken raak ik wat geïrriteerd van het fenomeen Facebook….Begrijp me goed, ik vind Facebook voor veel zaken leuk, grappig en interessant, [deze column verschijnt tenslotte ook op Facebook… ]. Mensen gebruiken hun FB-pagina immers om allerhande zaken te melden. Spannende gebeurtenissen, vakantiekiekjes, lekkere recepten, handige uitgaanstips of zomaar leuke foto’s. Mensen vragen aandacht voor in hun ogen dringende zaken, voeren strijd, raden aan, verklaren elkaar de liefde, laten soms zelfs via hun ‘status’ weten aan hun partner dat de relatie voorbij is (echt waar, echt gebeurd!) en vertellen over de dingen die hen in het leven overkomen. Tot zover allemaal prima en wat ik niet wil lezen, sla ik gewoon over.

Toch zitten er in mijn ogen ook nare kantjes aan Facebook. Zoals bijvoorbeeld een vertekend beeld van de werkelijkheid. Mensen posten allemaal die dingen die ze aan de buitenwereld willen laten zien. Het toont hen in optima forma. Ook ik doe dat. Natuurlijk plaats ik geen bericht als één van mijn zoons de klas uit is gestuurd, een onvoldoende heeft gehaald of stiekem een sigaret heeft gerookt. [noot: natuurlijk zijn al deze dingen niet waar ;-)]. Wel plaats ik een aandoenlijke foto van zoonlief die zijn huiswerk leert terwijl onze kat op zijn rug ligt te slapen.



Luie zondag
Soms kan ik erg genieten van een zondag, waarbij ik niet veel meer doe dan een boek lezen en wat tv kijken. Totdat ik besluit op Facebook te kijken waar ik dan lees en zie wat de rest van de wereld die dag heeft gedaan. Wat eerst voelde als een lekkere luie, ontspannen zondag lijkt opeens wel heel erg saai….

Facebook-politie
Toch is dat niet de reden waarom ik eraan twijfel of ik op Facebook wil blijven. Wat mij namelijk het meeste ergert, is de Facebook-politie. Zo noem ik tenminste de mensen die elkaar ongevraagd op de vingers tikken. Zo kreeg ik een tijdje geleden van iemand die nog nooit eerder op mijn status reageerde, een opmerking over een spelfout die in mijn bericht stond. Ja, dus….? Of mensen ergeren zich aan foto’s die geplaatst worden en maken dat dan ongezouten kenbaar. Laat iedereen dat lekker zelf uitzoeken. Als je er niet tegen kunt, kijk je maar niet.

Posi-Lief
Maar gisteren viel ik helemaal van mijn bureaustoel en had ik meteen inspiratie voor deze column. Een vrouw had een paar dagen geleden besloten vegetariër te worden. Een initiatief dat ik uiteraard toejuich. Ze vond het in de praktijk alleen best wel moeilijk en vroeg om tips hoe ze dat vol kon houden. De vrouw in kwestie werd overstelpt met goede adviezen en pep-talks. Tot mijn grote ergernis waren er ook reacties van mensen die haar tot de grond toe afbrandde. Met opmerkingen over dierenleed en dat ze zich moest schamen….Kijk, daar schaamde ik me dan weer voor. Ik ken de vrouw in kwestie niet en ik ken de mensen niet die op haar reageerden. Het was een bericht dat ik toevallig langs zag komen. Ik vraag me alleen wel af hoe lang het nog gaat duren voordat mensen begrijpen dat je met positiviteit veel verder komt. Mijn verzoek: laat het wijzende vingertje voortaan weg… En laten we vooral, zoals een van mijn FB-vriendinnen het consequent noemt, Posi-Lief zijn!



vrijdag 16 mei 2014

Pardon?


Door: Lida

De laatste weken is het Kinderpardon regelmatig in het nieuws. Het is uiteraard heel humaan om kinderen die al langer dan vijf jaar in Nederland zijn en geen verblijfsvergunning hebben, in ons land te laten blijven. Die kinderen kennen hun thuisland, of beter gezegd het land waar zij vandaan komen, immers nauwelijks en ze hebben hier hun wortels in de grond geslagen. Ze gaan naar school, spreken de taal, hebben vriendjes, doen aan sport, houden van zoute drop, kennen Sinterklaas, eten erwtensoep en vieren Koningsdag.



Toch geldt dit pardon helaas niet voor alle kinderen. Zo’n 600 kinderen vallen buiten de boot. Dat is ongeveer de helft van de kinderen waarvoor een aanvraag is ingediend. Dat heeft alles te maken met de regelgeving. En regels zijn nu eenmaal regels volgens de minister … Helaas is een aantal regels nogal krom. Zo zijn er kinderen die niet de hele periode in het asielzoekerscentrum woonden en daardoor niet onder Rijkstoezicht vielen. Terwijl in veel gevallen juist de overheid deze kinderen en hun familie uit het asielzoekerscentrum heeft gezet. Ook voor jongeren die bij aankomst in Nederland jonger waren dan 13 maar nu ouder zijn dan 21 geldt: helaas… pindakaas. Om er nog maar eens een oer-Hollandse lekkernij in te gooien.

Bureaucratie
Het is spijtig dat deze 600 kinderen de dupe worden van onze bureaucratie. Natuurlijk begrijp ik dat er regels moeten zijn en dat zich dan altijd schrijnende net-niet-situaties voordoen. Wie herinnert zich Mauro niet. Maar 600….?

Vertaalslag
In dit soort kwesties probeer ik altijd een vertaalslag te maken naar mijn eigen situatie. Natuurlijk droom ik er wel eens van verre reizen te maken. Of van ergens een nieuw leven opbouwen in een bij voorkeur wat zonniger land. Maar mijn beide zoons waren serieus in staking gegaan als ik ze van hun vertrouwde basisschool zou hebben gehaald. Weg bij hun vriendjes. Of als ze uit hun buurt hadden moeten verhuizen. Dus kies ik ervoor mijn eventuele emigratieplannen in de ijskast te zetten en mijn kinderen in een vertrouwde en beschermde omgeving te laten opgroeien.

Onzekere toekomst
Deze kinderen en hun families hebben echter geen keus. Zij moeten terugkeren naar een land en naar een leven dat ze niet kennen. Waar ze vreemden zijn. Waar ze een onzekere toekomst tegemoet gaan.
Persoonlijk vind ik dat ook deze 600 kinderen gewoon in Nederland moeten kunnen blijven. Omdat ze in hun hart, doen en laten Nederlands zijn.

Vindt u dat ook? Teken dan de petitie op www.kinderpardon.nu 

maandag 12 mei 2014

Schrijven is een vak


Door: Lida

Inspiratie zit in alles, zolang je er maar oog voor hebt. Het zit in mensen, in hun verhalen, in beelden, muziek, natuur, uitzicht. Het zit in… noem maar op. Natuurlijk bevat de ene dag meer inspiratie dan de andere. Een paar dagen geleden was zo’n dag.

Samen met mijn collega was ik aanwezig bij een training over de geheimen van gratis media-aandacht. De trainers waren Jan de Hoop (ja, die van het RTL ochtendnieuws en binnenkort ook te beluisteren als Pieter Post) en zijn man Coen Lievaart. ‘Al kennen ze ons in de buurt vooral als de baasjes van Bob…’.

Mensen
De verhalen die de heren vertelden waren inspirerend en bevatten flink wat ‘eye-openers’. Het uitzicht over Rotterdam vanaf de 16e etage van het Inntel Hotel, was adembenemend. Maar wat de dag vooral uniek maakte, waren de mensen en de groepsdynamiek.

Achterste rij
Het is interessant om de mensen om je heen te observeren. Zo viel me op dat mensen die geen enkele moeite hadden naar voren te lopen en het woord te nemen, bijna allemaal in het midden en vooraan zaten. Terwijl de wat meer bedeesde types vooral de laatste rij en de flanken bezet hielden.

Uitdaging
Ook ik bevond me op die achterste rij... Aan het einde van de dag stond het geven van een interview centraal. Wie durft? Ach, dacht ik, Jan is altijd zo aardig, die uitdaging durf ik wel aan. Dus onbevreesd stak ik mijn vinger op en mocht ik naast Jan op het podium plaatsnemen. Het verhaal dat ik wilde vertellen, had ik in mijn hoofd paraat. Helaas ontpopte Jan zich opeens tot een bijzonder onaangename interviewer. Die hele vervelende vragen stelde in de trant van: ‘Schrijven? Dat kan je toch ook bij de LOI leren? Daar hebben ze jou toch niet voor nodig?’. Ik raakte helemaal de draad kwijt. Na een vraag of zes transformeerde Jan gelukkig weer tot zijn normale aardige zelf. ‘Zo,’ zei hij. ‘En nu ga je de vragen die ik stel en die er helemaal niet toe doen gewoon negeren en ga je jouw verhaal vertellen.’ En wat bleek? Dat lukte. Zonder onbeleefd te worden, wist ik zijn vragen te pareren en kon ik alsnog mijn verhaal kwijt. Een leerzame ervaring. Bovendien zal ik voortaan meer respect hebben voor mensen die lastig gevallen worden door journalisten van bijvoorbeeld Pow Nieuws.

Vak
Eenmaal thuis overdacht ik de dag. En wist ik natuurlijk precies hoe ik op de vragen van Jan had moeten antwoorden. Ja, achteraf hè…. Want ja, schrijven kan iedereen. Net zoals fotograferen, gordijnen maken, een huis beveiligen, een presentatie geven en noem maar op. En dan ziet het er op het eerste oog waarschijnlijk nog redelijk uit ook. Al zal iedereen onmiddellijk het verschil zien en merken als deze activiteiten door een professional worden uitgevoerd. Want voor al deze dingen geldt: het is een vak. En zoals ik ook al het interview met Jan afsloot: ‘Dat leer je dus niet bij de LOI.’

vrijdag 2 mei 2014

Een kijkje achter onze schermen

Door: Conny

Voor het boek dat we maken over tramlijn 4 trekken we Rotterdam door. Van Hillegersberg tot het Marconiplein. Dit alles met als doel verhalen te verzamelen. Verhalen van gewone mensen. Maar wat is gewoon? Is niet iedereen bijzonder? Ik vind van wel. Zeker na weer een dagje ‘trammen’. 

Dierenziekenhuis
Bijna iedereen die wij benaderen, wil meewerken. Bij bijna alle afspraken gaat de fotograaf mee, zo slaan we twee vliegen in een klap. Onlangs belandden wij onder meer bij de dependance van een dierenziekenhuis in Rotterdam aan de Nieuwe Binnenweg. Een leuk gesprek, mooi verhaal. Vervolgens wilden wij foto’s maken… Nu is een dierenarts natuurlijk vooral bezig met dieren. Maar die waren er op dat moment niet. Dus wat doe je dan? Dan loop je gewoon de straat op, spreek je een dame aan die net haar twee honden uitlaat en vraag je of ze wil meewerken aan de fotosessie. Met liefde. De honden wisten niet wat hen overkwam, bibberend stonden ze op de tafel, wachtend op dat wat komen ging… Aandoenlijk om te zien. Er gebeurde vanzelfsprekend niets. Hun beloning voor het model staan, bestond uit een paar hondenbrokjes.



Lokale markt
Een bezoek aan de lokale ‘mart’ was een volgende stop. Daar passeerde ons de hele wereld. Wat een rijkdom aan culturen. En wat een aardige mensen. Sommigen boden zich spontaan aan om op de foto te gaan. ‘Ik heb heerlijke watermeloenen mevrouw, maak maar een foto van mij.’ Dat doe je dan vanzelfsprekend.


Café Sidonia
Toen was het tijd voor een kopje koffie. Bij Café Sidonia aan de Schiedamseweg. Of het aan de fotograaf lag of aan ons (…), we hadden gelijk aanspraak. Waar we mee bezig waren, waarom, wat het moet gaan worden… De mensen die we daar spraken, waren allemaal verschillend. Qua leeftijd, qua verhaal, qua achtergrond. Maar één ding hadden ze gemeen: het waren stuk voor stuk rasechte Rotterdammers. Dus met het hart op de juiste plek en op de tong…. Aan gespreksstof dus geen gebrek en meteen weer een aantal prachtige en hartverwarmende verhalen voor in ons boek. Als het boek er is, moeten we zeker een keertje terugkomen, was het advies. Dat doen we natuurlijk met veel plezier.

Gare du Nord
De dag werd afgesloten bij Gare du Nord. Een 100% biologisch en veganistisch restaurant in Rotterdam Noord, niet ver van het Centraal Station. Bijzonder aan dit restaurant is, dat het is gevestigd in een oud Oost-Duits treinstel. Deze wagon is gerestaureerd en omgebouwd tot volwaardig restaurant. Een aanwinst voor de stad! Het verhaal hierachter kunt u straks lezen in ons boek. Maar voor nu zou ik zeggen, ga er vooral eens een keer een hapje eten. Ook al ben je niet zo van de plantaardige voeding, er staat je hier absoluut een bijzonder smakelijke en betaalbare verrassing te wachten. En ach, een beetje reclame maken mag toch wel?





vrijdag 25 april 2014

Veel meer dan alleen een logistieke operatie

Door: Lida

Op een dag neem je het besluit: We gaan verhuizen. Vanaf dat moment gaat niet alleen een ingewikkelde logistieke operatie, maar ook een heel proces van start. Aan een verhuizing, of dat nu zakelijk of privé is, kunnen natuurlijk tal van redenen ten grondslag liggen. Groter of kleiner, dichterbij of verder weg, stiller of drukker, luxer of soberder, inkrimpen of juist uitbreiden, trouwen of scheiden.

Nieuwe locatie
Gewapend met een wensenlijstje begin je de zoektocht naar een nieuwe locatie. Wat wel en wat niet? En nog belangrijker: waar wel en waar niet? Al snel ontdek je dat het sluiten van compromissen onvermijdelijk is. Toch vind je op een dag de locatie die precies bij jou past. Je bent blij en iedereen in je omgeving mag het goede nieuws horen. Die blijdschap wordt wel wat minder als duidelijk wordt welke administratieve rompslomp allemaal op je af komt. Maar ook daar worstel je jezelf dapper doorheen.

Stilte voor de storm
Dan begint de periode die ik zou omschrijven als ‘stilte voor de storm’. Je kunt helemaal niets met de aanstaande verhuizing. Dozen inpakken heeft geen zin. Doe je dat wel, dan heb je precies dat ene ding nodig dat helemaal onderin de onderste doos zit. Dus lijkt het wel alsof er niets aan de hand is. Dat ‘niets doen’ voelt helemaal niet goed, want er moet nog zoveel…..En juist in deze periode draait het proces in je hoofd op volle toeren. Elke dag neem je een beetje meer afscheid van dat wat was. 

Handen uit de mouwen
Eindelijk is het dan zover. De sleutel is binnen en de handen kunnen uit de mouwen. Ruimtes opmeten (die overigens altijd kleiner lijken dan bij eerdere bezichtigingen), spullen uitzoeken en dozen inpakken. Alles wat je afgelopen jaren verzameld hebt, glijdt door je handen en de herinneringen rijgen zich als vanzelf in je hoofd aaneen. Je zou er weemoedig van worden. Tijd voor een bak koffie.
Venijn in de staart
Op de verhuisdag zelf staat alles keurig klaar om vervoerd te worden. En omdat vele handen het werk altijd lichter maken, zijn alle spullen sneller over dan verwacht. Dan begint het laatste stukje van het traject. Dozen uitpakken, kasten inruimen, schilderijen ophangen. Langzaam vullen de ruimtes zich met hoe jij bent. Natuurlijk zit het venijn van een verhuizing vooral in de staart. Want je moet nog terug naar de oude plek, ook al heb je daar helemaal geen zin meer in. Schoonmaken, gaten in de muren dichten, sleutels inleveren. Dat soort dingen. Dan komt het moment dat je de deur voor de allerlaatste keer achter je dicht trekt. De straat die ooit zo vertrouwd was, lijkt nu vreemd. En je weet dat het tijd is om naar huis te gaan….

Rijken & Jaarsma verhuist!
Ook wij gaan verhuizen! Als Rijken & Jaarsma verhuizen we van een mooie, rustige en unieke plek in de oude dorpskern van Nieuwerkerk aan den IJssel naar het levendige Ondernemershuis in Capelle aan den IJssel. En daar hebben we enorm veel zin in. Vanaf volgende week zijn we daar weer volledig operationeel. En staat de koffie klaar!

vrijdag 11 april 2014

De Roze Salon

Door: Remco Stunnenberg

In deze tijd van openheid over homoseksualiteit, het erkende homohuwelijk en lesbisch ouderschap zou je denken dat seksuele diversiteit inmiddels in alle lagen van de bevolking geaccepteerd is. Niet dus zo werd mij deze week pijnlijk duidelijk (daarover later meer).

Nog niet zo lang geleden was de algemene opvatting dat homoseksualiteit een ‘ziekte’ was. Tot 1973 werd homoseksualiteit zelfs gedefinieerd als een psychische ziekte waar je van kon genezen. De gesloten verzuilde samenleving van toen, maakt de huidige generatie homoseksuele ouderen bijna onzichtbaar. Het was taboe erover te spreken en zeker niet gebruikelijk er voor uit te komen. Wie de moed had om uit de kast te komen, werd vaker niet dan wel geaccepteerd, buitengesloten en soms zelfs uitgescholden.




De generatie die met deze opvattingen opgroeide, bevolkt vandaag de dag de Nederlandse verzorgingshuizen. De opvattingen waarmee veel van deze mensen werden grootgebracht, zijn meer dan eens “meegenomen” naar het verzorgingshuis. Het gevolg: “roze” ouderen die een emancipatoire revolutie hebben meegemaakt door uit te komen voor hun geaardheid, lopen in het verzorgingshuis opnieuw tegen allerlei weerstanden aan. Hierdoor raken ze in een isolement, ze verzwijgen hun geaardheid en kruipen  terug de kast in.
    
Zo toont onderzoek aan dat ongeveer 10% van de Nederlandse bevolking homoseksueel, biseksueel, lesbisch of transgender is. Wie echter binnen de zorgcentra kijkt, ziet dit percentage vaak niet terug onder de bewoners; of men kent ze niet , of men weet niet dat ze er zijn. De Rotterdamse stichting Humanitas (zorg, welzijn, huisvesting en maatschappelijke dienstverlening) wil in het kader van haar diversiteitsbeleid, naast culturele diversiteit ook aandacht hebben voor seksuele diversiteit. De zogenaamde Roze Salon is daar een prachtig voorbeeld van. Op vrijdag 23 mei bestaat deze salon vier jaar. 
Iedere woensdag en vrijdag komen hier roze ouderen bijeen om ervaringen uit te wisselen. Er wordt gelachen en gehuild, gedronken en gegeten. Dit alles met als doel: het creëren van acceptatie en bewustzijn. 

In het kader van het boek over tramlijn 4 in Rotterdam waarmee wij druk in de weer zijn, bracht ik deze week een bezoek aan deze salon. Het was hartverwarmend en schrijnend tegelijk. De openheid, de gezelligheid, de liefde en de warmte… Ik werd in de armen gesloten van deze prachtige mensen. Tegelijkertijd hoorde ik de schrijnende verhalen van mannen en vrouwen die na een jarenlange strijd eindelijk vrij dachten te zijn. Totdat ze in het verzorgingshuis belandden… 

Terug naar huis dwaalden mijn gedachten af naar een interview dat ik recent had met een transgender. Zij vertelde onder andere dit: “Nederland is zogenaamd zo vrij en tolerant. “We” zijn echter vooral onverschillig…”  

En ik een illusie rijker…

vrijdag 28 maart 2014

Nieuwsgierig?

Door: Conny

Ik ben nieuwsgierig, positief nieuwsgierig. Tenminste zo noem ik dat. Ik wil graag ‘het verhaal achter…’ weten. En dan kan ik helemaal los gaan…

Op dit moment zijn we, tussen alle werkzaamheden voor onze klanten door, bezig met het schrijven van een boek. En dat is leuk. Ons eerste boek. Ik ben nu al trots… Trots op het feit dat het eerste boek ‘in de steigers’ staat. Een boek over Tramlijn 4. Geen historische verhalen, maar een boek over dat wat er zich in en rond deze tramlijn in Rotterdam afspeelt. De ‘verhalen er achter’ dus. We komen in contact met allerlei mensen. Iedereen heeft zijn eigen verhaal.



Ook is het leuk dat we alles in eigen hand hebben. Wij bepalen met elkaar de inhoud. We zijn continu op zoek naar mensen en verhalen. En die verhalen zijn er. Want deze lijn doorkruist een groot aantal, zeer diverse wijken van Rotterdam. Iedere wijk is een dorp op zich. Zo is Hillegersberg heel anders dan Delfshaven. Chique versus multicultureel en kleurrijk. Beide wijken hebben hun unieke kenmerken, hun eigen DNA. Net als veel andere wijken die lijn 4 doorkruist.

Dat we met het boek bezig zijn, maakt anderen blijkbaar ook nieuwsgierig. Deze week ben ik al een paar keer gebeld door mensen die op de een of andere manier van ons boek in wording hebben gehoord. Zij wilden onder meer weten wanneer het boek verschijnt, of het in de boekhandel te koop is, of het al online te bestellen is… 

Deze vragen kan ik nog niet beantwoorden, want wij zijn nog volop bezig met tekst en beeld. We moeten nog een aantal fasen doorlopen. Het boek moet nog een geheel worden. Dat kost tijd. Tijd die we ook nemen, want het eindproduct moet goed zijn. En als het boek er dan is, dan ben ik weer nieuwsgierig naar de reacties. Dus de nieuwsgierigheid duurt nog even voort….

vrijdag 21 maart 2014

Meer of minder

Door: Lida

Vorige week was ik, al woon ik daar niet in de buurt, op de markt in Delfshaven (Rotterdam). Ik keek mijn ogen uit naar de diverse kramen met onder andere  groente, fruit, vis, brood en kaas. Marktkooplui van allerlei nationaliteiten bieden hun koopwaar aan. Van ras-Rotterdammer tot Marokkaanse groenteboer. Ook de bezoekers van de markt komen letterlijk overal ter wereld vandaan. Want in Delfshaven alleen wonen al zo’n 70 verschillende nationaliteiten.

Ik begrijp na dit bezoek best dat deze markt zo druk wordt bezocht. Want voor 24 avocado’s, 8 mango’s, een aubergine, een kilo artisjokken, gemengde sla, 2 ananassen, een papaya, een pond champignons, een pond verse gember, een bosje koriander, een bosje munt en een zak limoenen betaalde ik in totaal een bedrag van €15…daar wil ik voortaan wel een stukje voor omrijden.




Bovendien werd ik heel blij van een ochtendje slenteren door zo’n kleurrijke omgeving waar van alles leek te gebeuren. En de heerlijke geur van verse etenswaren kwam me aan alle kanten tegemoet. Ik kreeg er helemaal een vakantiegevoel van. Gratis en voor niks.

Pas sprak ik voor mijn werk met een aantal bewoners uit Delfshaven. Een van hen vertelde me dat de omgangsvormen in deze buurt zo heel anders zijn dan elders. Volgens hem kwam dat vooral door het multiculturele karakter van de wijk. Zijn woorden waren: ‘Steek ik hier de straat over, dan stoppen automobilisten voor me. Ben ik bij de Turkse bakker mijn portemonnee vergeten, dan zegt die bakker “neem de spullen maar mee, dat geld komt nog wel.”’

Een dorpse cultuur midden in de grote stad. En dat mede dankzij de vele verschillende nationaliteiten die, al dan niet op hun eigen manier, allemaal ‘Rotterdams’ praten. Het is fijn als mensen positieve uitspraken doen over onze multiculturele samenleving. Wat mij betreft laten we de vraag “meer of minder” aan de kaasboer op de markt over.

vrijdag 14 maart 2014

Treurnis

Door: Lida

Er zijn van die dagen dat alles klopt. Zo’n dag was het gisteren. Donderdag 13 maart 2014 en ik was jarig. In de huidige tijd word je dan op allerlei manieren gefeliciteerd. Via Twitter, mail, Facebook, Whatsapp en SMS. En gelukkig ook ‘In real life’, met een ferme handdruk en drie zoenen op de wang. 

Dus ik voelde me de hele dag echt jarig. Daarbij werkte het weer ook enorm mee, want wanneer zit je half maart op een terrasje in de zon aan een lekkere cappuccino? En uitgerekend die dag stonden er ook allemaal leuke afspraken in de agenda in de stad waar ik altijd blij van word: Rotterdam. Delfshaven om precies te zijn. 

So far so good. ’s Middags kwam ik in een bijzonder goed humeur thuis. En de blije dag was nog niet voorbij. Want mijn beide zoons (13 en 15) waren zowaar niet vergeten een cadeau te kopen. De jongste toverde een handige reiswekker tevoorschijn en de oudste had een bos rode rozen plus lieve kaart aangeschaft. Mmm…dacht ik…die rozen zien er niet al te vers uit. Maar ja, er is iets met een gegeven paard, een bek en vooral een puber die je niet wilt teleurstellen.

En nog steeds was de blije dag niet voorbij. Want eind van de middag verscheen mijn partner met een heuse pastamachine als cadeau en gingen we ’s avonds gezellig met zijn vieren uit eten. Bij Dunya Lokanta, altijd een aanrader.

En toen sloeg het weer om. Want vandaag, vrijdag 14 maart, is het mistig buiten. En is het binnen treurnis…Want de bloemen die ik van mijn oudste kreeg, bleken inderdaad niet al te vers meer te zijn. Zoals uit onderstaande foto blijkt….Inmiddels komt de stoom uit mijn oren want hoe durft een ‘echte’ bloemist deze rotzooi bij een jongen van 15 in zijn handen te duwen? Ik vind het schandalig. Blijkbaar is dit de manier waarop ondernemers met  klanten omgaan. Ik neem zo eerst een bloeddrukpilletje en ga daarna met de desbetreffende bloemist bellen. Maar het kwaad is al geschied…treurnis dus...

vrijdag 7 maart 2014

Lentekriebels

Door: Conny

Als de temperatuur de tien graden overstijgt en de winter is, althans volgens de kalender, voorbij, dan gebeurt er wat in de hoofden van mensen. Dan moet alles schoon… Vroeger noemden we dat de voorjaarsschoonmaak. Het hele huis ging op zijn kop, alle kasten leeg, ramen open, frisse lucht naar binnen. Moeder de vrouw was er maar druk mee.

Tegenwoordig is dat volgens mij allemaal anders. Volgens mij dan. Want ik heb nog nooit aan voorjaarsschoonmaak gedaan. Ik hou mijn huis keurig netjes ‘bij’, ruim de kasten op wanneer ik daar zin in heb (dus: af en toe) en zeem de ramen wanneer het nodig is (dus: bijna nooit). Er zullen ongetwijfeld nog genoeg mensen zijn die wanneer de krokussen tevoorschijn schieten met het schoonmaakvirus besmet worden en de boel binnen volledig op zijn kop zetten. En doorgaans zijn dat vrouwen, dat is nu blijkbaar genetisch zo bepaald. Maar ik behoor niet tot die categorie. Daar ben ik eerlijk in.



Wat me tegenwoordig opvalt, is dat wanneer de eerste zonnestralen verschijnen, de heren zich laten zien. Niet om het huis eens op zijn kop te zetten. Nee, zij vertonen zich dan buiten, gewapend met de hogedrukspuit. Wat de vrouwen binnenshuis doen en deden, doen zij nu buitenshuis. De tuin en de bijbehorende tegelvloer ‘lenteklaar’ maken. Zo is onze buurman nu al ruim twee uur bezig met het schoonspuiten van ongeveer 40 vierkante meter tegels. Best lang en behoorlijk irritant. Wel eens twee uur bijna onafgebroken naar het geluid van een hogedrukspuit moeten luisteren? 

Van zijn lentekriebels krijg ik de kriebels.

vrijdag 21 februari 2014

They want to break free…

Door: Conny Rijken

De Olympische Spelen zijn op het moment dat ik dit schrijf, bijna afgelopen. En natuurlijk is er weer discussie over het aantal medailles dat Nederland heeft behaald. Het zouden er teveel zijn. Ik vind zo’n discussie best jammer. Winnen we niks, dan is het ook niet goed. Ja, we hebben er ruim 20. Dus? Dan moet de concurrentie maar harder schaatsen. Dat de Noren veel medailles op de langlaufnummers behalen, daar hoor ik niemand over. 

Tijdens de Olympische Spelen komen ook weer sporten voorbij waarvan je de andere jaren niets hoort. Want wie kijkt er wel eens naar rodelen of (nog erger) skeleton*? Spectaculair is het wel. Wel eens naar de tweemansrodel gekeken? Dapper dat ze saampjes die baan af willen en durven roetsjen. De tweemansrodel is trouwens gewonnen door Duitsland, maar dat is voor de statistiek. Voor skeleton moet je helemaal doodsverachting hebben. Op je buik op een ‘sleetje’ en dan met 130 kilometer de baan af. De start vind ik al geweldig. Vaart maken en dan op de skeleton springen, met je hoofd bijna op de baan naar de finish sleeën. Ik zie het mezelf niet doen… Mijn sleetje zou eenzaam de finish bereiken en ik zou ergens bij de start in de kreukels liggen…

Maar wat ik het ergste, meest vreemde, suffigste, noem het, vind: curling. Dat kan je toch niet serieus nemen? Het is echt een Olympische sport. Wat is er misgegaan op het moment dat werd bedacht dat het wel goed zou zijn voor de sport om dit op de Olympische agenda te plaatsen? Voor de niet-ingewijden: curling is jeu de boules op het ijs met een hele grote ‘bal’ (van steen), ongetwijfeld curl genoemd, richting een cirkel. Om die cirkel te bereiken wordt er door de spelers met een veger of zwabber, geveegd. Dat schijnt te helpen…

Het ziet er in mijn optiek dus heel suffig uit. Krijg onmiddellijk beelden van Freddy Mercury met zijn roze truitje, zwarte rokje, netkousen en hoge hakken. They want to break free. 


(*Wikipedia: de naam skeleton is ontleend aan de kale skeletachtige slee die oorspronkelijk werd gebruikt en blijkbaar deed denken aan een skelet)

vrijdag 14 februari 2014

Wat is dat toch met slapen….

Wat is dat toch met slapen, vroeg mijn oudste zoon zich gisteravond hardop af toen ik hem rond half elf naar zijn kamer stuurde. Ik wist meteen wat hij bedoelde, want ja, wat is dat toch met slapen? ’s Avonds willen we niet en ’s morgens willen we nog veel langer.

Het merendeel van de doordeweekse ochtenden word ik vlak voor het afgaan van de wekker wakker. Zo rond tien over zes gaat mijn ingebouwde klok af en werp ik een wanhopige blik op mijn digitale wekker. Want ik weet dat ik kan kiezen uit twee kwaden: nog drie minuten mijn ogen dicht doen en afgestraft worden door het snerpende geluid van de wekker of NU opstaan. Natuurlijk wil ik doorslapen, maar dan veel langer dan die veel te korte drie minuten die de wekker me nog geeft. Meestal kies ik dus zuchtend voor de tweede optie om de terreur van het alarm voor te zijn en sta ik op. Mezelf plechtig belovend dat ik die avond echt, echt, echt heel vroeg naar bed ga. Niet later dan half tien, spreek ik elke ochtend met mezelf af. Deze gedachte geeft me voldoende moed om de ochtendstrijd met twee pubers, een hond en een kat aan te gaan. Die overigens alle vier nog in diepe rust zijn, zij wel...



Soms zijn er ochtenden en dan weet ik dat ik die avond niet vroeg naar bed kan.  Omdat er iets gepland staat, een afspraak met een vriend of vriendin, een bezoek aan het theater. Die ochtenden zijn het ergst. Alleen al de wetenschap dat ik niet eens de uitweg heb van een vroege avond in bed, is voldoende om een enorm ochtendhumeur te kweken.

Mijn plan om ’s avonds om half tien naar bed te gaan, begint overigens al wat af te nemen na mijn eerste kop koffie. Halverwege de dag maak ik zelfs al voorzichtig plannen om die avond wat leuks buiten de deur te gaan doen, visite te ontvangen of iets op tv te gaan kijken.

Na het avondeten is er niets meer over van mijn voornemen om vroeg mijn bed in te duiken. Sterker nog, heb ik die avond een leuk uitstapje in het verschiet, dan krijg ik daar een enorm goed humeur van. Blijf ik thuis, dan is de afstandsbediening van de tv pas rond half elf echt van mij. En tegen die tijd smaakt een wijntje ook wel, staat er meestal nog een telefoongesprek met partnerlief op de rol en moeten er een paar bladzijden in een boek gelezen worden. Werp ik tussendoor een blik op de klok, dan denk ik hooguit: Oh, het is pas kwart over elf. Van lekker vroeg gaan slapen is in de verste verte geen sprake meer.

Meestal sluit ik na twaalven mijn ogen. Soms onder een soort van inwendig protest, want ik ben toch nog helemaal niet moe en de nacht lijkt zich nog eindeloos voor me uit te strekken. Maar niet veel later, zo rond tien over zes, gaat mijn ingebouwde klok af en kan ik kiezen uit twee kwaden….

vrijdag 31 januari 2014

Je wilt toch geen vellen...!

Door: Conny Rijken

Je weet natuurlijk al lang dat je er iets aan moet doen, daar heb je geen weegschaal voor nodig. Maar om die stap dan ook daadwerkelijk te zetten en daarmee de knop om te zetten… Dat kost tijd. En het lukt ook pas echt als je er helemaal klaar voor bent. En dat was ik.

Na de zomervakantie moest het gaan gebeuren. Dus had ik, toch wel een beetje nerveus, mijn eerste ‘date’ met Dennis, in wiens handen ik mijn lot legde. Tenminste zo zag ik het op dat moment. Inmiddels zijn we een tijdje verder en weet ik beter. Ik doe het helemaal zelf. Dennis is er voor de bemoedigende woorden op de momenten dat het minder gaat, of voor de high five als het boven verwachting gaat.

Want het gaat niet vanzelf, daar ben ik inmiddels wel achter. Je moet er wel wat voor doen… En er wat voor laten. Natuurlijk wil je per week minimaal een aantal kilo’s kwijt, maar zo werkt dat niet. ‘Rustig aan, je wilt toch geen vellen!’, was het antwoord als ik klaagde dat het niet snel genoeg naar mijn zin ging. 



Ik moest mijn eetpatroon veranderen. Dat betekende dat ik veel meer moest eten dan ik normaal gesproken deed. Stond ik te koken en zag ik de (in mijn ogen) enorme berg eten in de pan, dan dacht ik: dat krijg ik nooit weg! En inderdaad, soms lukte het ook niet. ‘Niet proppen!’, kreeg ik dan tijdens het wekelijkse weegmoment te horen. ‘Ja maar het staat toch op het menu,’ piepte ik nog. ‘Eten wat je kunt en langzaam aan de hoeveelheden wennen,’ was het strenge antwoord. Dat deed ik dan maar. En inderdaad, na een paar weken kon ik netjes de hoeveelheden eten die op het menu stonden.

Per dag zijn er een aantal zogenaamde eetmomenten: ontbijt, lunch, diner en drie tussendoortjes. Iedere 2,5 uur een ‘eetmoment’. Ook op kantoor moesten ze aan die eetmomenten wennen. Soms worden er grapjes over gemaakt en dan lach ik vrolijk mee. Want dan denk ik toch stiekem: straks lach ik het hardst!

vrijdag 24 januari 2014

Trots op ‘mijn’ stad

Door:  Conny Rijken

Rotterdam. Ik ben er geboren en getogen. Een van mijn eerste duidelijke herinneringen was het ‘gat’ op de Coolsingel vlakbij het stadhuis. In dat ‘gat’ werd de metro aangelegd. Ja, zo oud ben ik al… Eigenlijk zijn veel van mijn herinneringen aan Rotterdam gekoppeld aan bouwen en verbouwen. Er was altijd bedrijvigheid. Ik vond dat heel gewoon.

Als ik in mijn jeugd in een andere grote stad kwam, vond ik het daar altijd zo rustig. Geen opengebroken straten, bouwverkeer en bouwgeluiden. Die waren er natuurlijk wel, maar ze vielen mij blijkbaar niet op. Dat er in Rotterdam altijd bouwbedrijvigheid was, had natuurlijk een reden, dat behoeft geen verdere uitleg. En voor wie benieuwd is naar hoe het centrum van de stad er voor de oorlog uitzag, kan putten uit alle beschikbare documentatie. Boekenplanken vol zijn er verschenen. Ik heb zelf ook een bescheiden collectie.

Dat bouwen is nooit gestopt. Het zit blijkbaar in de genen van de stad. Altijd was en is er in het centrum wel ergens een kantoorgebouw, flatgebouw of winkelpand in aanbouw. Altijd was er wel een plek die je uitsluitend kon bereiken via planken, daarbij goed uitkijkend dat je niet op je snuit ging. Ach, je wende er aan.

Toen ik ‘op mezelf’ ging, vertrok ik uit de stad. Kan me nog herinneren dat ik toen heel stellig riep ‘Ik ga nooit meer terug naar Rotterdam’. Inmiddels weet ik dat niet meer zo zeker. De laatste tijd kom ik weer vaker in het centrum en op de Kop van Zuid. Dan verbaas ik mij over de prachtige gebouwen die daar de afgelopen jaren zijn verrezen. Wat een skyline! En als ik in de avond op de Van Brienenoordbrug rijd en ik kijk eens rond, ben ik eigenlijk best trots op ‘mijn’ stad. Wat een magnifiek gezicht, al die lichtjes.


Gisteren was ik bij de presentatie van de vierde uitgave van Gers!, een magazine met louter positieve verhalen over Rotterdam en de Rotterdammers. Locatie: het Oude Luxor. Extra dimensie: het Internationale Film Festival Rotterdam. De zaal zat vol met mensen die Rotterdam een warm hart toe dragen, dat voelde je gewoon. Wat een feest, wat een stad! Op zo’n moment denk ik: Rotterdam is toch wel echt ‘mijn’ stad. Ja toch niet dan?


Zien en horen hoe het voelt om Rotterdammer te zijn? Bekijk dan deze videoclip Hart van Rotterdam, gemaakt ter gelegenheid van GERS! meets IFFR.

vrijdag 17 januari 2014

Aan het lijntje....

Door: Stefan van Ewijk (gastcolumnist). Deze column verscheen eerder in ons magazine Switch

Mijn hele lijf tintelt van spanning. Eindelijk gaat het gebeuren. De eerste bontgekleurde bladeren vallen al van de bomen dus als ik het nóg langer uitstel, is alles voor niets geweest. Plannen maken, materiaal uitzoeken, testen. Heel de voorbereiding stond in teken van dit moment. Nu moet ik doorzetten. 

Weggedoken in mijn capuchon snel ik het park in, de zorgvuldig geprepareerde smartphone diep verborgen in mijn sweater. Het ding brandt in mijn zak en ik wil het zo snel mogelijk kwijt. Toch moet ik niets overhaasten. Oppassen dat ik niet gezien word. Gelukkig is het rustig op straat en al snel zie ik de perfecte plek: een bankje in het midden van het park. Ik kijk nog even om me heen en als ik er zeker van ben dat niemand me in de gaten houdt, laat ik me soepel op de grond glijden. Een huivering. Is het de kou? De spanning? Het laatste, besef ik als ik behoedzaam door het hoge gras tijger. Pas als ik onder de overhangende takken van een enorme kastanjeboom lig, durf ik weer te ademen.
Er zitten nog voldoende bladeren aan de boom om me volledig aan het zicht te onttrekken. Nu is het afwachten. Een kwestie van geduld hebben. Rillend van opwinding houd ik mijn blik gefixeerd op de parkbank. Me verkneukelend; wachtend op dat ene moment, op die ene argeloze voorbijganger. En die dient zich al snel aan.

Over het pad langs de vijver loopt een kalende man met flinke passen mijn kant op. Net als hij het bankje voorbij dreigt te lopen, vermindert hij vaart en blijft uiteindelijk verrast staan. Ik zie hem denken. Een seconde duurt een minuut. De man aarzelt even maar steekt dan resoluut zijn begerige hand uit. Net voordat hij de telefoon van het bankje grist, trek ik hem aan een vislijntje met een ferme ruk onder zijn verbouwereerde neus vandaan. Vanaf dat moment vechten de emoties op het gezicht van de man om voorrang. Verbazing en amusement maken plaats voor verontwaardiging, afkeur en zelfs walging als ik juichend onder de boom vandaan spring.

‘Ben je niet goed wijs joh, mafkees?!’, brengt hij ziedend uit. De man, die ik nu herken als de eigenaar van onze buurtsuper, schopt de telefoon onder de boom en beent driftig weg. ‘Kleuter!’, hoor ik hem tieren. ‘Jij komt er bij mij niet meer in!’ Mijn euforie van zo even smelt als sneeuw voor de zon. Binnen enkele seconden ben ik vijfentwintig jaar ouder. Ineens ben ik me pijnlijk bewust van de grootste verandering in mijn leven:


‘Shit, ik ben volwassen’.

vrijdag 10 januari 2014

Over rituelen en zo...

Mijn leven bestaat voor een deel uit rituelen. Of liever gezegd: uit vaste gewoontes. Dat klinkt best saai, maar ik ben toch bang dat het niet anders is.

Mijn vaste gewoontes zijn overigens heel divers van aard. Zoals aan welke kant van het tweepersoonsbed ik bij voorkeur lig. In een vreemde hotelkamer is dat altijd even puzzelen, is het nou links of rechts? Of onze plaats aan onze eettafel. Ik roep altijd: We hebben geen vaste plek! Maar toch beland ik altijd op dezelfde plaats, met Nick rechts van me en Owen op links. Draai ik dat eens een keer recalcitrant om, is dat meteen voer voor discussie. Maar goed, dat heb je met pubers over alles, dus wellicht is dat niet de beste graadmeter.

Openbaar vervoer
Wat dan te denken van dat vaste plekje in de trein, bus of metro. Mensen die vaak met het openbaar vervoer reizen, weten wat ik bedoel. Je kunt het niet nalaten om een enigszins verontwaardigde blik te werpen op degene die op jouw plek is gaan zitten. En ik zeg net even iets minder vriendelijk gedag tegen de buurman als hij het waagt om zijn auto op MIJN plek te zetten omdat ZIJN plek door een toevallige passant is ingepikt.

Op vakantie
Zelfs op vakantie, als in feite sprake is van een schone lei, pikken we razendsnel tijdelijke, vaste gewoontes op. Een vaste plek in de ontbijtzaal, een vast eettentje, een vaste plek op het strand of aan het zwembad. Sommige mensen gaan zelfs zo ver dat ze al voor dag en dauw opstaan om een handdoek op HUN plek neer te leggen: gereserveerd!

Verslavingen
Diezelfde rituelen maken het volgens mij ook zo moeilijk om van verslavingen af te komen. Toen ik nog rookte, pafte ik de meeste sigaretten op vaste momenten gedurende de dag weg. Bij mijn eerste, tweede en derde bak koffie, bij elk telefoongesprek, bij een glaasje wijn. Hoorde ik op kantoor de koffiekar rammelen, dan verscheen Pavlov ten tonele en kreeg ik acuut trek in een sigaret. Gelukkig behoort dat ritueel al jaren tot het verleden. Ruik ik nu de geur van koffie,  dan doemt er hooguit het beeld van een roomboterkoekje op.


Autosleutels
Natuurlijk staan levens niet stil en wijzigen situaties. Daardoor verdwijnen rituelen, vaak om plaats te maken voor nieuwe gewoontes. Ik leg me er voorlopig maar bij neer dat ik bij voorkeur dezelfde route loop in mijn vertrouwde supermarkt, dat ik tot grote ergernis van mijn omgeving altijd een slok koffie in mijn kopje achterlaat, dat ik mijn auto op de handrem zet en niet in z’n één. Allemaal gewoontes waar ik niet over nadenk, maar die er
gewoon zijn. Helaas heb ik me nooit een ritueel eigen kunnen maken om mijn autosleutels op een vaste plek te liggen. Dat geeft elke dag toch een beetje stress in de trant van: ‘Ik weet zeker dat ze net nog….! Gelukkig maar. Zo heb ik tenminste nog een beetje onvoorspelbaarheid in mijn leven.